HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Gevolgen ‘Collectie en Franchise’: OCW bereid tot zoeken oplossingen
Wim Keizer
31-03-2016
‘Uit de publicaties over dit onderwerp in Bibliotheekblad blijkt dat er onduidelijkheden leven over de status en de beschikbaarheid van het materiaal dat in dit project is ontwikkeld. Het Ministerie van OCW wil daarom, als daar behoefte aan blijkt, met betrokken partijen zoals de KB [Koninklijke Bibliotheek – wk], SPN [Stichting Samenwerkende POI’s Nederland – wk], Rijnbrink Groep en leveranciers inventariseren welke vragen er leven en zoeken naar mogelijke oplossingen.’ Reactie van OCW op vragen over het in 2010 met OCW-subsidie uitgevoerde project ‘Collectie en Franchise’ van 10 directeuren, toen ook wel bekend als ‘De Bibliotheek Nederland’ (DBN).
Gevolgen ‘Collectie en Franchise’: OCW bereid tot zoeken oplossingen
Na omzetting van het project in dienstverlening is het achtereenvolgens benoemd als ‘Formulebureau’ (2011) en ‘Retailbureau’ (2012). Sinds 1 januari 2015 is het in vereenvoudigde vorm ondergebracht bij Rijnbrink, met de naam ‘de Bibliotheekformule’. De site meldt welke bibliotheken zijn 'aangesloten' bij deze Bibliotheekformule. Daar blijkt uit dat de nadruk sterk op Overijssel ligt. Biblionet Groningen, dat met een eigen concept ook gebruik maakt van een formule, staat niet in deze lijst.

Bibliotheekblad 7/2015 besteedde aandacht aan het verloop van het project en klachten die de Vereniging van Bibliotheekleveranciers (VvBL) in 2014 bij OCW had neergelegd over oneerlijke concurrentie die naar haar oordeel was ontstaan met inzet van subsidiegelden. De intellectuele-eigendomsrechten (IE-rechten) die volgens de toenmalige Subsidieregeling Bibliotheekinnovatie aan de staat (OCW) hadden moeten toevallen zouden niet goed geregeld zijn.
In Bibliotheekblad 3/2016 komt VvBL-voorzitter Henk Grendel in een interview over de klachten aan het woord en geven hoofdrolspeler Tineke van Ham en het ministerie van OCW een reactie. Grendel kwam nog met eindcommentaar. 

Aangezien de reacties van OCW en het slotcommentaar van Grendel op de reactie van Van Ham slechts verkort konden worden weergegeven, komen ze hier uitvoeriger aan bod. Hierin ook het slotcommentaar van Grendel op de reactie van OCW.

In het kader onderaan staan de hoofdlijnen van de in de nummers 7/2015 en 3/3016 gepubliceerde artikelen, bedoeld voor degenen die het papieren Bibliotheekblad niet lezen, met links in pdf naar de volledige artikelen.

Slotcommentaar Grendel op Van Ham
Als eindcommentaar op de reactie van Van Ham, zei Grendel: ‘Allereerst: de VvBL waardeert het zeer dat Tineke van Ham de discussie met ons aangaat. Wij richten ons wel tot haar, als 'eigenaar' van het Formulebureau, maar onze (re)actie is gericht op de inrichting van het proces, en niet op individuele spelers tijdens het retailproject. Zelf heb ik mijn reactie gegeven als voorzitter van de VvBL en die vertegenwoordigt met ca. 25 leden naar schatting 95% van het aanbod aan alle openbare bibliotheken in Nederland. Van RFID-apparatuur tot inrichtingsontwerpen/architecten, van inrichters tot en met boekenleveranciers, van personele dienstverleners tot huisstijlproducten, van ICT tot leveranciers van betaalsystemen. En namens velen kan ik stellen dat er sprake was van voorkeur en buitensluiting, met andere woorden van oneerlijke marktwerking. En dat is niet goed, niet correct, zo horen deze processen niet te gaan, te meer daar het ontwikkelingen betreft met publiek geld, door overheids(gerelateerde) organisaties en bestemd voor het publieke domein. De open hand die Tineke van Ham biedt om dit innovatietraject te evalueren, nemen wij van harte aan. Onze intentie was en is dat we, in een branche die innovatie keihard nodig heeft, met elkaar werken aan gemeenschappelijke doelen en belangen.’

Geen rechten ‘white box’
Hij vervolgt: ‘Het ministerie van OCW heeft aan ons laten weten dat zij alle rechten heeft verworven. Het lijkt erop dat de slim opgestelde brief van 11 juli 2011, waarin door de initiatiefnemers wordt vermeld dat “Het intellectuele eigendom van het inrichtingsconcept van Biblionet Groningen is verworven. Ook het inrichtingsconcept van DOBO Overijssel/ProBiblio kan in heel Nederland toegepast worden” betrokkenen iets anders wordt verteld dan je op het eerste oog leest, namelijk dat de initiatiefnemers dus melden dat de IE-rechten van de white box niét verworven waren. Als dat werkelijk zo is en deze zin zo gelezen moet worden, dan zijn veel partijen ”om de tuin geleid”. Het is naar onze overtuiging nooit de bedoeling geweest van de subsidieverstrekker, in casu het Ministerie van OCW, om subsidie te verstrekken zonder dat alle bibliotheken daarvan konden profiteren. Het is duidelijk dat het Ministerie van OCW gewenst en bedoeld heeft, en dit in haar correspondentie uitdrukkelijk heeft aangegeven, dat alle rechten “volledig, vrij en onbezwaard worden overgedragen aan de Staat der Nederlanden”, zie o.a. bijlage 5 (pdf) van het WOB-verzoek (gespreksverslag d.d. 25-3-2011 van gesprek gevoerd op 15-3-2011). De suggestie dat alle rechten zijn overgedragen, wordt overigens op meerdere manieren gewekt, zie ook bijlage 9 (pdf) van het WOB-verzoek, waarin wordt gesuggereerd dat alle contracten worden aangeleverd incl. het contract inzake “Contract Overijssel”. Het is naar onze overtuiging duidelijk dat door de manier waarop met het project en de rechten is omgegaan, om het even waar de rechten nu wel of niet liggen, de bedoelingen van de subsidieverstrekker niet zijn nageleefd en de bibliotheekbranche hiervan veel minder heeft geprofiteerd dan dat mogelijk zou zijn geweest als deze ontwikkeling toegankelijk zou zijn geweest voor alle bibliotheken én voor alle leveranciers. Dan was een veel breder draagvlak ontstaan onder een op zich goede ontwikkeling: het beter presenteren en toegankelijk maken van collecties en deze optimaler afstemmen op de doelgroepen,’ aldus Grendel.

Monopolitiepositie gecreëerd
Hij zegt verder nog: ‘Tot slot een reactie over de opmerking dat “het geld maar naar een selecte groep bibliotheken is gegaan”. Misschien is dat wel zo, maar dan wel omdat deze groep ook het project trok. Er is ongetwijfeld door een kleine groep mensen binnen een kleine groep bibliotheken veel werk verzet om iets tot stand te brengen. Wij geloven direct dat deze voorlopers hierin veel energie en tijd hebben gestoken. Maar door de manier waarop e.e.a. is georganiseerd, lees voor de partijen die “in de boot zaten”, is wel een monopoliepositie gecreëerd waardoor deze partijen heel veel producten en diensten hebben mogen leveren zonder dat andere leveranciers daar toegang toe hadden (en soms nog hebben). Dit kan overigens ook voor de projectgroep niet als verrassing komen, want in een brief van 7 september 2010 meldt zij zelf aan het Ministerie van OCW (zie WOB-verzoek bijlage 3, pdf): “De beide ontwerpbureaus vragen aanzienlijke prijzen voor het doorontwikkelen van onderdelen van het inrichtingsconcept en voor de vertaling van het inrichtingsconcept voor een individuele bibliotheekvestiging. Een van de doelen van de inrichting van de franchiseorganisatie en de centralisatie in de branche zijn nu juist inkoopvoordelen”. We zijn ervan overtuigd dat hierdoor enkele leveranciers veel geld hebben verdiend, terwijl anderen werden buitengesloten zonder ook maar de kans te hebben (gehad) om mee te doen. En dat kan nooit de bedoeling zijn geweest en is dus onbedoelde en oneerlijke marktwerking. Overigens is dat ook door veel bibliotheken opgemerkt en voor sommigen reden geweest om niet met het project mee te doen. En dat ondersteunt onze stelling dat een op zich goed initiatief, dat voortvarend is opgepakt, veel minder heeft bereikt dan mogelijk zou zijn geweest.’

Vragen aan en antwoorden van OCW
Ik stelde OCW vier vragen. Als reactie daarop stuurde OCW een door de afdeling Communicatie goedgekeurde tekst ‘Vragen Bibliotheekblad over het project “Collectie en Franchise ‘(pdf) waarin ook de vragen zijn opgenomen.
OCW zegt in een 'overkoepelende tekst' in reactie op de vragen o.a.: ‘Bij de beoordeling van de eindverantwoording heeft OCW gekeken naar de intellectuele eigendomsrechten (IE-rechten) die gevestigd zijn tijdens de uitvoering van het subsidieproject. Deze rechten hebben betrekking op de ontwikkeling van een landelijke bibliotheekformule door SVT Branding & Design Group B.V. met drie inrichtingsconcepten, gebaseerd op een voor Groningen/Haren ontwikkeld concept. DBN heeft deze IE-rechten conform de voorwaarden overdragen aan de Staat. Uit de contracten is OCW gebleken dat DBN – ter inspiratie voor de landelijke formule – toegang heeft gekocht tot de conceptuele kennis van het bibliotheekconcept van het Netwerk Overijsselse Bibliotheken en ProBiblio (de White box) en het bibliotheekconcept van Biblionet Groningen. Deze twee concepten waren ontwikkeld voorafgaand aan de uitvoering van het subsidieproject. De IE-rechten die hierop berusten, zijn dus niet gevestigd tijdens de uitvoering van het subsidieproject en hoefden daarom ook niet te worden overgedragen aan de Staat.’

Voorbeelden?
Op de herhaalde vraag of OCW op het gebied van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) voorbeelden kan noemen van belangrijke innovaties die binnen het publieke domein zijn ontwikkeld en die in het private domein zijn terechtgekomen en van onevenredige marktverstoring door gesubsidieerde activiteiten in een markt waar ook private aanbieders actief zijn, antwoordde Aad van Tongeren, beleidsambtenaar bij OCW: ‘Ik weet dat destijds (in 2009) een concrete ervaring aanleiding was om voorwaarden over eigendomsrechten te stellen. Ik kon het voorbeeld zelf echter niet terugvinden in de stukken over de Subsidieregeling Bibliotheekinnovatie. Ik vrees dat ik je hiermee dus niet verder kan helpen. Het punt van het voorkomen van marktverstoring speelt vooral preventief. Bij het aanbieden van digitale producten en diensten moet steeds getoetst worden hoe zich dit verhoudt tot wat in de markt aanwezig is: Is het publieke aanbod voldoende onderscheidend ten opzichte van het aanbod in de markt? Draagt het bij aan publieke doelen? Is het een maatschappelijke relevant aanbod dat zonder publieke middelen niet beschikbaar zou komen?’

Slotcommentaar Grendel op OCW
Henk Grendel gaf het volgend eindcommentaar op de OCW-reactie: ‘Helaas blijft de VvBL vragen houden over de betrokkenheid en verantwoordelijkheid van OCW voor het project en het projectresultaat (voor, tijdens en na). Ook vraagt de VvBL zich af of OCW de effecten (h)erkent dat de wijze waarop het project is uitgevoerd leidt tot verstoorde marktwerking, of in ieder geval niet tot een “level playing field”. Opmerkelijk is dat, ondanks de subsidievereiste dat geïnvesteerd geld moet leiden tot profijt van de bibliotheekmarkt waarbij de rechten bij OCW komen te liggen, OCW kennelijk accepteert dat er veel geld is betaald voor “inspiratie” van de white box zonder dat daarmee de rechten ook daadwerkelijk zijn verkregen.
OCW stelt dat “Uit de contracten is OCW gebleken dat DBN – ter inspiratie voor de landelijke formule – toegang heeft gekocht tot de conceptuele kennis van het bibliotheekconcept van het Netwerk Overijsselse Bibliotheken en ProBiblio (de White box) en het bibliotheekconcept van Biblionet Groningen. Deze twee concepten waren ontwikkeld voorafgaand aan de uitvoering van het subsidieproject. De IE-rechten die hierop berusten, zijn dus niet gevestigd tijdens de uitvoering van het subsidieproject en hoefden daarom ook niet te worden overgedragen aan de Staat.”
Naar de mening van de VvBL bevestigen de documenten die wij in ons bezit hebben toch echt dat partijen de resultaten van het gehele project, dus inclusief IE-rechten, aan DBN hebben overgedragen. DBN draagt vervolgens alleen SVT over aan de Staat, en JosdeVries lijkt achter te blijven met alle verwarring van dien.’

Vervolgvragen
Hij meldde verder: ‘Het antwoord van OCW leidt tot vervolgvragen.
1. Als het waar is dat de rechten van de black box wel zijn verkregen, waaruit blijkt dat dan? SVT geeft namelijk in een schriftelijke reactie aan dat niet aan de voorwaarden voor overdracht is voldaan en dat op grond daarvan geen rechten zijn overgedragen.
2. Waarom worden nu veel projecten gestuurd naar de white box terwijl de overheid de rechten voor de black box heeft gekocht om de markt mee te helpen?!
3. Wie, wat en hoe wordt bijgehouden van hetgeen is ontwikkeld?
4. Wie heeft de regie over de uitrol van dit project? En hoe wordt deze rol bewaakt en opgevolgd c.q. geëvalueerd en zo ja, hoe, met wie en wanneer?
Kortom: Is OCW tevreden over het proces en de behaalde resultaten: van aanvraag tot resultaat, zowel in het veld, als in de overdracht van de IE-rechten? En wie bewaakt - namens OCW - deze rechten op dit moment, en wie bepaalt wie, wat en hoe deze rechten toegepast mogen worden? En op welke wijze is het doel dat “met publieke gelden gefinancierde projecten, ook publiek beschikbaar zijn” in dit specifieke dossier bereikt?
De VvBL hecht veel belang aan de aanhef in de overkoepelende reactie van OCW: “Het Ministerie van OCW vindt het belangrijk dat de resultaten van projecten die met publieke middelen worden gefinancierd, publiek beschikbaar zijn. [Et cetera. – wk]”.’

Vier doelstellingen
Als laatste zei Grendel: ‘De doelstellingen van de VvBL bij het afronden van de discussie over dit dossier zijn: 1) duidelijkheid over het gehele traject en de gemaakte afspraken, 2) lering trekken uit dit proces t.b.v. toekomstige projecten en trajecten, 3) komen tot de kern van het betoog van OCW “publieke beschikbaarheid van de resultaten van projecten die met publieke middelen zijn gefinancierd”, en 4) een “level playing field” voor bibliotheekleveranciers m.b.t. de toepassing van de “white”- en “black box”-formules.
OCW stelt dat als daar behoefte aan blijkt, met betrokken partijen zoals de KB, SPN, Rijnbrink Groep en leveranciers te willen inventariseren welke vragen er leven en zoeken naar mogelijke oplossingen.
De VvBL wil graag op deze uitnodiging van OCW ingaan om onze vervolgvragen te bespreken, en ook van OCW te vernemen hoe OCW zelf terugkijkt op dit project, op de bereikte resultaten en op het gewenste vervolg. Wij gaan daarbij uit van het hogere belang van de bibliotheekbranche, omdat in de transitie die de bibliotheken nu doormaken alle krachten gebundeld moeten worden.’ 
 
Het moeizame verloop van het project ‘Collectie en Franchise’

In november 2009 kregen 10 bibliotheken (namen aan het eind), met als penvoerder Bibliotheek Utrecht bijna € 2 miljoen subsidie van OCW voor een project ‘Collectie & Franchise’ dat onder de werktitel ‘De Bibliotheek Nederland’ een franchiseformule wilde ontwikkelen voor alle Nederlandse openbare bibliotheken. Zoals gebruikelijk werd 80% meteen overgemaakt. Het project moest 31 december 2010 zijn afgerond en uiterlijk 1 mei 2011 zijn verantwoord.
In het artikel ‘Het moeizame verloop van het project “Collectie & Franchise”’(pdf) in Bibliotheekblad 7/2015 (verschenen 25 september 2015) staat beschreven hoe vanuit het project een ‘Formulebureau’ (2011) en vervolgens een Retailbureau (2012) ontstond. Uit door de VvBL via een WOB-procedure verkregen stukken* (zie brief OCW d.d. 8 maart 2013 met lijst van 30 documenten, pdf) bleek dat het project een uiterst moeizaam verloop heeft gehad, door de noodzakelijke afkoop van intellectuele eigendomsrechten (IE-rechten). OCW stelde pas in een brief van 19 maart 2012 de subsidie vast op ca. € 1,6 miljoen. Een groot deel van de resterende 20% werd niet uitgekeerd, omdat het project veel te laat was opgeleverd.
De VvBL heeft bij OCW geklaagd over marktverstoring door inrichters (zie brief 7 maart 2014, pdf, pag. 4/5 onder ‘marktwerking’), omdat niet alle op basis van de projectsubsidie gevestigde IE-rechten zouden zijn overgedragen aan de staat. Daarbij ging het de VvBL vooral om de inrichtingsconcepten: de ‘white box’ van JosDeVries The Retail Company en de ‘black box’ van SVT Branding & Design Group. Als voorbeeld noemde de VvBL dat een VvBL-lid bij de inrichting van een Achterhoekse bibliotheek zonder toestemming gebruik gemaakt had van de ‘white box’ en daarvoor schadevergoeding heeft moeten betalen.

Interview Henk Grendel
In het interview in Bibliotheekblad 3/2016 (pdf, verschenen 31 maart 2016) benadrukte Henk Grendel niet te willen terugkijken met rancune, maar oplossingen voor de toekomst te willen aanreiken waar de hele bibliotheekbranche baat bij kan hebben. In de Memorie van Toelichting bij de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) staat onder meer: ‘Met enige regelmaat komen belangrijke innovaties die binnen het publieke domein zijn ontwikkeld, in het private domein terecht.’ Dat is precies wat er volgens Grendel gebeurd is in het project Collectie & Franchise.
Grendel vindt dat er bij het project drie zaken niet goed zijn gegaan, waardoor het door OCW betaalde bedrag van € 1,6 miljoen veel minder heeft opgeleverd dan had gekund.
Hij constateert allereerst dat de tien bibliotheekdirecteuren die de subsidie aanvroegen, afspraken van twee van die tien, namelijk die van Biblionet Groningen met SVT (van de ‘black box’) en die van DOBO (Directie Overleg Bibliotheken Overijssel)/OBD (Overijsselse Bibliotheek Dienst) met JosDeVries (van de ‘white box’) hebben proberen in te brengen in het project. Daardoor ontstond de noodzaak de IE-rechten af te kopen voor heel Nederland.
Het tweede leerpunt van Grendel is dat de 10 directeuren in zijn optiek niet voldoende voorbereid zijn omgegaan met de hen (aanvankelijk) toegekende € 2 miljoen.
Het derde punt is dat OCW volgens de VvBL beter had moeten toezien op het overdragen van de rechten van SVT, want dit bedrijf, inmiddels zelf lid van de VvBL, liet in een mail van 20 juni 2013 aan het VvBL-bestuur weten nog steeds over rechten te beschikken.

Commentaar Tineke van Ham
Naast het interview met Grendel werd het commentaar van Tineke van Ham (pdf) op de uitspraken van Grendel afgedrukt. Ze zei: ‘Evalueren is essentieel in innovaties, als ik daar nog een bijdrage aan kan leveren sta ik daar voor open.’
Over de white box, waarover in Bibliotheekblad 7/2015 gemeld werd dat de rechten bij JosDeVries berusten, zei ze: ‘In het landelijke project werd gekozen voor één inrichtingsconcept, dat van de black box, derhalve zijn die rechten afgekocht bij SVT. Daarnaast was er een white box van JosDeVries. Die rechten zijn niet afgekocht, dat wil zeggen die waren voor een bepaalde periode door Overijssel zelf afgekocht, maar voor het landelijke project niet. Dus kies je als niet-Overijsselse bibliotheek voor een white-box-inrichting dan moet je daarvoor betalen bij JosDeVries. Als je zo maar aan de haal gaat met dat concept, dan doe je dat onrechtmatig en daar heeft het voorbeeld uit de Achterhoek mee te maken.’
Ze reageerde ook op de drie zaken die volgens Grendel niet goed gingen.
Op het eerste punt zei ze dat de projectgroep het verspilling van geld vond om opnieuw concepten te laten ontwikkelen die er al waren. Op het tweede punt dat de aanvraag paste binnen de regeling van OCW voor bibliotheekinnovatie en op het derde punt dat SVT altijd het eigendomsrecht heeft behouden, omdat het zo werkt met ontwerpen. ‘Het gebruiksrecht is indertijd wel afgekocht. Overigens zijn al deze zaken ook juridisch gecheckt door OCW. OCW heeft zijn uitgangspunten verstrekt bij de toekenning van de subsidie altijd heel consequent gehandhaafd, terecht lijkt me.’

*) N.B.: Eerder had OCW de VvBL al laten weten dat van de hele lijst de stukken met ‘persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad’ niet worden meegezonden. En om de ‘persoonlijke levenssfeer van betrokkenen’ te eerbiedigen lakte OCW namen af, terwijl de functies bleven staan. In het later op verzoek van de VvBL toegezonden ‘financieel eindverslag’ (pdf, alleen eerste 3 pagina’s) was aflakken blijkbaar niet meer nodig of vergeten (zie laatste bladzijde, met de namen van de hoofdrolspelers).
 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie